De sterren als navigatie-hulp

Ook in de nacht kun je navigeren zonder apparatuur. Namelijk door gebruik te maken van de sterren. Voorwaarde is natuurlijk wel dat het niet al te bewolkt is en je dus een goed zicht hebt op de sterrenhemel.

Dit is natuurlijk een hele basale manier van navigeren. Maar kan er, vooral in een terrein met weinig andere herkenningspunten, in ieder geval voor zorgen dat je een vooraf bepaalde koers aan kunt houden. En op zijn minst voor zorgen dat je geen rondjes gaat lopen.

Echter, vaak is het verstandiger om het verplaatsen in de nacht tot een minimum te beperken. Dit om allerlei ongelukken door vermoeidheid of slecht zicht te voorkomen. Ook kost het vaak, door de hogere mate van concentratie, veel meer energie. Maar soms wordt je gedwongen, door de omgevingstemperatuur of andere vaak externe factoren. Dan is het toch fijn om deze kennis te bezitten. Ook tijdens de nacht kunnen rivieren of wegen een dankbare vorm van bewegwijzering zijn.

Noordelijk halfrond

Poolster sterren vd grote beer

Wandel je op het noordelijk halfrond, dan moet je zoeken naar de Grote Beer. Heb je die gevonden, trek dan een denkbeeldige lijn tussen de onderste twee sterren en verleng deze ongeveer 4 tot 5 keer tot je een grote heldere ster tegenkomt: de Poolster. Door vervolgens dezelfde hoek te nemen als op de afbeelding is aangegeven, weet je waar het noorden is.

Hoewel al de sterren, door de draaiing van de aarde, lijken te verschuiven in de lucht, is er één ster die nagenoeg stil staat aan de hemel. De Poolster. Neem van het sterrenbeeld “Grote Beer” de afstand tussen ster A en B vijfmaal en ziedaar de Poolster. Trek een loodrechte lijn vanaf de Poolster naar de horizon en daar is het noorden. De zeelieden van vroeger navigeerde met de sterren. Met een “Jakobsstaf” en later met een “Sextant” kon de “poolshoogte” genomen worden, de hoek meten tussen de poolster en de horizon. zo wisten ze op welke breedtegraad ze waren. in Nederland staat de poolster op ongeveer 51º boven de horizon. Nederland ligt ongeveer op de 51ste breedtegraad noorderbreedte.

 

Waarschuwing

  • De Poolster komt hoger in de hemel hoe verder je naar het noorden gaat, het is dus niet nuttig boven 70° noorderbreedte.

 

Zuidelijk halfrond

Zuiderkruis en de sterren

Op het zuidelijk halfrond maak je gebruik van het Zuiderkruis. Trek een denkbeeldige lijn door de kruislijn en verleng deze ongeveer 5 keer. Trek vervolgens een denkbeeldige lijn vanuit twee heldere sterren die vlakbij het Zuiderkruis staan. Daar waar de lijnen elkaar kruisen kun je de richting van het zuiden bepalen zoals op de afbeelding is weergegeven.

Het zuiderkruis ligt in de Melkweg, tussen het onderste punt en de linkerkant van “de korte balk” ligt de kolenzak. Dat is de grootste donkere wolk van interstellair gas en stof aan de hemel. Tussen de miljoenen sterren van de Melkweg valt hij extra op.

Denk een verticale lijn tussen de hoogste en de laagste ster “de lange balk” van het kruis. Daar waar de lijn de horizon raakt ligt ongeveer het zuiden.

 

 

Jakobsstaf

De Jakobsstaf of graadstok, is de voorloper op de sextant. In de 17de eeuw gebruikte men het instrument om hoeken te meten. De hoogte van gebouwen maar ook de positie van de zon ten opzichte van de horizon en de afstanden tussen sterren. Scheepvaarders bepaalde zo op welke breedtegraad ze zich bevonden en navigeerde zo de over wereldzeeën.

Het instrument is vrij eenvoudig en bestaat uit een houten stok met een schaalverdeling. Haaks hierop een verschuifbare tweede stok. Men plaatste het uit einde van de stok onder het oog en keek beurtelings naar het object waarvan men de hoogte wilde weten en de horizon. Door de dwars stok te schuiven tot hij ogenschijnlijk tussen de twee punten past, kon men op de hoofdstok de schaalverdeling aflezen.

 

 Sextant

sextantEen Sextant is een meetinstrument uit het einde van de 17de eeuw. Het werd gebruikt om de hoek van de zon te meten ten opzichten van de horizon. Met deze informatie en de specifieke datum en tijd van de meeting, konden zeevaarders berekenen welke breedtegraad er bevaren werd en zo hun koers bepalen. Dit ging het meest nauwkeurig om 12:00 uur ’s middags als de zon op zijn hoogtepunt staat.

’s Nachts werd er “poolshoogte” genomen door de hoogte van de Poolster te meten. De tijd is dan minder belangrijk.

De sextant bestaat uit een “driehoekige” metalen plaat met een ronde basis voorzien van een schaalverdeling in booggraden. 1/6 deel van een cirkel om precies te zijn. (60°) Op deze plaat is een beweegbare arm bevestigd. Zowel op de plaat als op de arm staat een spiegel. Door verschillende type filters en een “oculair” kan er in de spiegels naar de zon gekeken worden. Door de arm over de plaat te bewegen kan in de ronde basis de schaalverdeling afgelezen worden.

Omdat vrij zicht op de horizon vereist is kan het instrument enkel op zee nauwkeurig gebruikt worden.

Een “Octant” had 1/8 deel van een cirkel (45°). De octant werd rond 1767 vervangen door de sextant.

Voor de sextant en de octant maakte men gebruik van een “Jakobsstaf