Turfdôbe 2 - No TraceTurfdôbe kan best “het woord” van de laatste 2 dagen zijn geworden. Tot dit moment nog nooit van gehoord maar wel dé reden dat wij hier door bosrijk gebied kunnen wandelen. Het is hét Terschellings antwoord op de droge periodes en de sterfte van nieuwe aanplant tijdens de bebossing van het eiland.

Deze uitvinding werd gedaan door de boswachters van Vlieland en Terschelling om te voorkomen dat de jonge aanplant verdroogde in het mulle zand.

Hiervoor werden eerst, op laaggelegen plekken, de zogenaamde Turfdôbes gegraven. Deze kuilen van ongeveer 1 meter diepte liepen vol met grondwater. Vervolgens werd zogenaamd bolsterturf in dit water gelegd dat vanuit de Drentse hoogveen gebieden werd aangevoerd. Deze turven bleven hierna zo’n 4 tot 6 weken liggen tot ze zich helemaal met water hadden volgezogen. Zo’n turf kan ongeveer 2 tot 3 liter water in zich opnemen.

Bolsterturf bij den - No TraceTerschellinger plant methode

Tijdens het planten wordt een in de turfdôbe volgezogen bolsterturf bij de wortels in het plantgat geplaatst. Deze voedt de boom tijdens de droogte en zuigt zich weer vol in de natte periode.

In 1910 is begonnen met de aanplant van deze dennenbomen en moest tot gevolg hebben dat de verstuiving van de duinen gestopt zou gaan worden. Dat dit geen gemakkelijk werk is geweest is te herleiden uit de omstandigheden waaronder dit heeft moeten gebeuren. De meeste aanplant heeft plaatsgevonden op de hoge duinen van de zogenaamde binnenduinrand. Droog voedselarm zand aan de ene kant en natte langdurig onder water staande vlaktes vlak daarnaast. Tel daarbij de harde zoute zeewind, de duizenden konijnen en het grazende vee van de boeren en je kan je voorstellen dat dit geen gemakkelijke start is. Het is dan ook aan het doorzettingsvermogen en de inventiviteit van de toenmalige boswachters te danken dat er in totaal 600ha. bos is aangelegd.

Maar voordat het zover is moeten er eerst nog enkele logistieke hordes genomen worden. Het loslopende vee van de boeren, het ontwateren van de natte duingebieden. En ook niet onbelangrijk: Het aanleggen van de nodige ontsluitingswegen. Tot die tijd zijn er niet of nauwelijks wegen of paden in de duinen te vinden.

Boomsoorten

Rond deze tijd speelt de vraag; welke boomsoort het beste bij deze omgeving past bij alle bebossingsprojecten langs de Nederlandse duinkust. Al heel snel komt men tot de conclusie dat vooral de zwarte den en op de allerdroogste plekjes de zeeden als enige het beste stand houden. Voor het gebruik van de turfdôbe en de bolsterturf stierf zo’n 80% van alle nieuwe aanplant. In de natte valleien wordt vooral zwarte els en een enkele sitka spar geplant.

Het turf, voor deze Terschellinger plant methode, zoals dit ook wordt genoemd. Wordt met schepen aangevoerd en daarna met paard en wagen naar de bestemming gebracht. Rondom de, in totaal, 15 turfdôbes, wordt een royale werkruimte opengehouden. Deze turfdôbes zijn nog steeds aanwezig en worden door Staatsbosbeheer, als stille getuigen van de bosgeschiedenis, onderhouden. Ruimtes rondom de turfdôbe worden open en zichtbaar gehouden.